Basso Continuo

In het Nederlands 'de basso continuo', letterlijk de 'volgbas' of de 'doorlopende bas',
afgekort 'b.c.', 'basso' of 'continuo'.De basso continuo wordt ook wel 'de ligbas',
'de becijferde bas' of 'de generale bas' genoemd.

De basso continuo werd uitgevoerd door een akkoordinstrument zoals een orgel, clavecimbel of luit,
terwijl de bas versterkt werd door een violoncello. De taak van de bespeler van de (basso)
continuo bestond niet alleen in het aanslaan of aantokkelen van (steunende) akkoorden, welke bij
de tonen aangegeven stonden met cijfers, maar een goede generaalspeler (generale bas, oftewel
basso continuo) moest ook motieven uit de solistische stemmen in zijn begeleiding kunnen verwerken.
Daar de componisten niet altijd precies de solopartij uitschreven (soms slechts een geraamte hiervan),
moest de solist in staat zijn met smaak versieringen aan te brengen en lange melodienoten door coloraturen
te vervangen. De Italiaanse componisten gaven doorgaans geen aanwijzingen voor het uitvoeren van de
versieringen, de Fransen gebruikten bepaalde tekens die in een bijgevoegde tabel verklaard werden,
terwijl de Duitse componisten ofwel de versieringen uitschreven of zich van de Franse tekens bedienden.

De bastoon (de fundamenttoon) is beslissend voor de harmonie.


Wie een beetje thuis is in de jazzmuziek die weet dat deze praktijk van akkoordsymbolen - waarop de basssist
en de akkoordinstrumenten (piano/gitaar) hun partijen basseren - nog heel gewoon is.

Je maakt gebruik van enkele andere begrippen, maar de praktijk is hetzelfde.
Je hebt akkoorden en symbolen
Je spreekt van een zgn walking bass
en de nummers heten hier niet recitatieven en aria's maar een verse en een chorus. zie jazzstandard