Muziekgeschiedenis cursus 1

 

 

 

 

 

 

Lees hier de info over de perioden

(tik op de periode-aanduidingen)

 Kerkgezangen werden vanaf de 6e eeuw verzameld en gecodificeerd op last van paus Gregorius de Grote ( 590- tot 604).

Deze verzameling staat sindsdien bekend als Gregoriaanse muziek:

het zijn alle eenstemmige gezangen.

De belangrijkste ontwikkeling in de Middeleeuwen, is de polyfonie,

de meerstemmigheid. Geleidelijk werd een systeem van muzieknotatie ontwikkeld, waarbij de noot als een punt (Latijn: punctus) op een balk met lijnen werd genoteerd. Bij polyfone muziek klinken meerdere noten tegelijkertijd, noot tegen noot (Latijn: punctus contra punctus); met het contrapunt was ook het beroep componist geboren.

 De muzikale ontwikkelingen in de Renaissance kunnen als volgt worden samengevat: wijziging van in het notatiesysteem; naast religieuze steeds meer profane en instrumentale muziek; meer aandacht voor de relatie tekst-muziek; internationale verspreiding van het polyfone repertoire, onder meer door de opkomst en het succes van de muziekdruk. In de Renaissance waren het vooral de componisten uit de Lage Landen (het huidige Nederland, België en Noord-Frankrijk) die voor deze vernieuwingen instonden. Belangrijke namen - uit de meer dan honderd die kunnen geciteerd worden - zijn hierbij  Dufay, Ockeghem, Jacob Obrecht, Nicolas Gombert, Clemens non Papa,   Orlando di Lasso, Josquin Des Prez en Philippus, Palestrina

Rond 1600 verandert de muziek De monodie met zijn systeem van basso continuo (klavecimbel en viola da gamba) doen hun intrede. In deze periode worden ook de meeste moderne muziekinstrumenten ontwikkeld: de strijkinstrumenten (zij het nog met een kortere strijkstok) en de blaasinstrumenten (zij het nog zonder het moderne kleppensysteem). Vanaf de barok krijgt de instrumentale muziek een steeds grotere rol. Tot de belangrijkste componisten worden gerekend: Claudio Monteverdi, Dietrich Buxtehude, Johann Pachelbel, Antonio Vivaldi, Georg Friedrich Händel en Johann Sebastian Bach. De barok wordt over het algemeen geacht te eindigen met de dood van Bach in 1750.

Aan de periode van het classicisme ontleent de klassieke muziek

haar naam. Mozart en  Haydn zijn de cerntrale compionisten.

'Vroege' Beethoven ook. Een van de belangrijkste vernieuwingen, oorspronkelijk afkomstig uit de zogenaamde Mannheimer Schule,

is het integrale gebruik van tekens om de dynamiek te noteren

(zoals p voor zacht en f voor sterk, luid).

De piano doet haat intrede.
In de periode van het classicisme ontstaan nieuwe vormen: de sonatevorm, de symfonie; en nieuwe bezettingen: het strijkkwartet en het (dan nog kleine) symfonieorkest.

In de romantische periode van de klassieke muziek maken componisten steeds grotere composities met steeds meer noten, moeilijkere ritmes en steeds complexere harmonische ontwikkelingen. Ze gebruiken veel en vreemde, niet eerder toegepaste muziekinstrumenten.

Er is veel drama en emotie te horen. Alles draait om wat mensen voelen, fantasie en de natuur. Aan de een kant makte men steeds grotere werken met steeds grotere orkesten, steeds virtuozere speeltechnieken op steeds verbeterde muziekinstrumenten

en steeds complexere harmonische ontwikkelingen. Aan de andere kant hoor je kleine nbezettingen bij solo-recitals en heel veel liederen (Schubert)

Klassiek muziek uit de 20e eeuw, de Europese klassieke muziek van na 1900 heeft een wijde variatie, beginnend bij de late romantische stijl van Sergei Rachmaninoff, het impressionisme van Claude Debussy en Maurice Ravel, en vervolgd door Béla Bartók en het Neo-Classicisme van Igor Stravinsky tot aan het tegengestelde serialisme van Pierre Boulez, de minimale muziek van Steve Reich en Philip Glass, de muziek concrete van Pierre Schaeffer en de aleatorische muziek van John Cage, de elektronische muziek van Karlheinz Stockhausen. Als algemene overeenkomst van al deze verschillende genres is het toenemende gebruik van dissonantie in de compositie. Om deze reden wordt de 20e eeuw soms ook wel de dissonante periode genoemd.

Middeleeuwen

Renaissance

Barok

Classicisme

Romantiek

Modern Klassiek

tik voor info op de 'periodes'

[Beluister 19 fragmenten en bepaal de juiste 'stijlperiode]

1. Bepaal de stijlperiode (Sleep de juiste 'periode in het vakje)

1. Bepaal de stijlperiode

(Sleep de juiste 'periode in het vakje)

Middeleeuwen

(800 - 1400)

Renaissance

(1400 - 1600)

Barok

(1600 - 1750)

Classicisme

(1750 - 1815)

Romantiek

(1815 - 1900)

Modern Klassiek

(1900-heden)

Goed! Dit is Serialisme;

'Sechs Kleine Klavierstücke'

van Arnold Schönberg.